Archief ‘actueel’ categorie

Jelte bedankt

4 januari 2019

Opvallend billboard in de Hilversums Emmastraat.

Op de dag dat het dagblad Trouw beweerde dat ouders een kind met een zware last kunnen opzadelen door de keuze van een voornaam, reed ik door de statige Emmastraat van ons dorp en werd getroffen door een billboard bij de bushalte daar. JELTE  BEDANKT, stond daar. Er zijn maar 2500 mannen en jongens in Nederland die Jelte heten en ik ben een van hen. Ik begreep vrijwel meteen dat de opzichtige dankbetuiging in de abri niet voor mij was bedoeld, maar voor Jelte van der Goot, een van de sidekicks van de vertrekkende radioman Edwin Evers, 21 jaar de man van Evers Staat Op.

De voornaam Jelte komt zo weinig voor dat ik altijd verrast op kijk als ik hem wel zie of hoor. En heb dan meteen de neiging op mijn voornaamgenoot af te stappen en te vragen hoe hij aan die naam gekomen is. Van mijn twee neven, Jelte Roode en Jelte Rozema, weet ik het, want we zijn alle drie vernoemd naar onze grootvader. En die weer naar zijn grootvader. En van Jelte van der Goot weet ik het ook. Zijn vader Leo, destijds programmadirecteur van RTL4, vertrouwde mij ooit toe dat hij Jelte zo’n leuke naam vond, dat hij die graag aan zijn zoontje had geschonken. Of Leo toen de waarheid sprak of mij gewoon een pleziertje wilde doen, weet ik niet, maar ik vond het wel erg leuk om te horen.

Radioman Jelte van der Goot.

In Trouw schreef Yolanda Entius, naar aanleiding van de naderende Kerst, dat de voornaam Jezus zijn leven zou bepalen: “Zo onbevlekt als Jezus ter wereld kwam, zo voorbestemd was zijn leven. Al bij de conceptie van zijn moeder stond vast wie hij moest zijn: een redder, zijn naam zei het al. Arme jongen.”

Mijn voornaam hield minder grote verwachtingen in. Mijn naamgever was niet al te lastig te evenaren en te overtreffen. Mijn grootvader had alleen de lagere school doorlopen,  was schipper, brugwachter en later hoofdagent van politie, kon zich uiteindelijk een scheef koophuis permitteren, maar stierf voordat  hij daarin van zijn oude dag kon genieten. Nooit is zijn leven mij ten voorbeeld gesteld. En evenmin heeft niemand van mij verwacht dat ik de wereld zou redden, hoewel mijn naam wel enige gelijkenis heeft met die van Jezus. Ze zijn even lang en de eerste twee letters zijn gelijk. Maar toen ik geboren werd, was Hitlers Duizendjarige Rijk zo oppermachtig dat niemand van mij een ommekeer verwachtte.

Mijn voornaam was vaak wel lastig. Vijf letters slechts, maar kennelijk moeilijk om in één keer te bevatten. Hoe vaak heb ik mijn voornaam moeten herhalen en spellen! Jelle? Jante? Jantje? Jeltje? Elte? Toen ik prijswinnaar was van een fotowedstrijd, stond in het onderschrift Jante. En in de rouwadvertentie van mijn moeder stond Jeltje – een meisjesnaam nota bene!

– Nee, Jel-te, J-e-l-t-e.
Ongeloof bij de ander en argwaan.
– Waar komt die naam vandaan?
– Friesland, meneer.
-O! Zo.
Dat scheen veel te verklaren.

Lastig, maar geen last. En ik ben steeds meer van die voornaam gaan houden, vond hem wel exclusief. Vond het ook steeds mooier dat ik door mijn voornaam verbonden was met een lange rij voorvaders, mannen, net als ik, die op de wereld waren gekomen met onbekende bestemming, hun weg probeerden te vinden en ook die irritante puzzel niet konden oplossen waarom wij hier op aarde zijn.

Mijn kinderen zijn niet vernoemd. Dat vonden mijn vrouw en ik destijds kindermisbruik. Je gaat die roze schatjes tot niet opzadelen met voorwereldlijke namen als Aukje, Meintje, Liesje, Akki, waarover je binnen de familie toch al struikelde? Nee, een nieuwe generatie, nieuwe namen! En dus bladerden we door boekjes met honderden voornamen en kozen uiteindelijk voor Miranda en Juliette, de namen van twee schattige kleuters op het schooltje, waar mijn echtgenote tot haar huwelijk leidster was. Door te trouwen verloor zij meteen haar baan. Een getrouwde vrouw voor de klas gaf destijds geen pas.

Van een tante kregen we de opmerking dat we onze kinderen stiekem toch hadden vernoemd, want zat ‘Ria’ niet verborgen in Miranda en ‘Jelte’ niet in Juliette? Maar zo doortrapt waren we niet.

Grafiek van het Meertens Instituut.

De wind van verandering, die door onze jonge jaren raasde, leverde een regen van de meest bizarre voornamen op. De ambtenaar van de burgerlijke stand moest dikwijls diep spitten in zijn boeken om te zien of zo’n voornaam werkelijk wel als voornaam goedgekeurd kon worden.

Die keuzevrijheid betekent gek genoeg niet het definitieve einde van mijn voornaam. In tegendeel, de voornaam Jelte begint zijn exclusiviteit te verliezen. Werden er in 1940 21 Jelte’s geboren, in 2016 waren dat er al  145. In de Nederlandse Voornamenbank, die het Meertens Instituut bijhoudt, neemt de naam Jelte de 117de plaats in, na Ravi, Jonathan, Kay en Damien, maar nog voor Jasper, Lenn, Ezra, Cornelis en Muhammed.

Dr. Jelle Zijlstra: loser.

De voornaam Jelle, waarmee die van mij, voortdurend werd verward en waaraan ik daarom een gruwelijke hekel heb gekregen, staat weliswaar met 157 geboortes op plaats 104, maar ik heb dat indruk dat de Jelte’s sterk in opmars zijn. We zijn inmiddels 2.500 man sterk en hebben bekende kerels in ons midden, zoals ex-jakhals Jelte Sondij, de veelzijdige muzikant Jelte Tuinstra (alias Jett Rebel), professor Jelte Rozema en radioman Jelte van der Goot, die het tot een billboard bracht in mijn dorp. De Jelle’s daarentegen zijn sinds minister Jelle Zijlstra ( ‘Jelle zal wel zien!’ spotte Wim Kan) er niet meer aan te pas gekomen.

Oprukkende bomen

31 maart 2017

Leuk die lente en al dat groen. En al die vrolijke vogelzang om je heen. Die witte wolken op dat hemelsblauw. Die zachte streling van wind op je wangen. Je voelt je meteen jonger, terwijl je toch net een grijze winter ouder geworden bent. De hele natuur oogt vrolijk en vriendelijk. Maar schijn bedriegt.

De Sint-Vituskerk met in de voorgevel het Christusbeeld en geheel link mijn favoriete boom.

Let op de bomen. Dat zijn wrede niets ontziende beulen. Vertrouw ze nooit en hou ze oplettend in de gaten. Dat is evenwel onmogelijk want ze doen hun kwalijke werk zo geniepig langzaam dat het blote oog hun beulswerk nauwelijks kan waarnemen. Hoe intens je ook kijkt, je ziet niets veranderen aan een boom. Maar kijk je een dag later,  dan – verrek! – is er een knop ontstaan en een centimeter tak bijgekomen. Terugduwen gaat niet. De kracht van een boom is gigantisch en laat zich niet stoppen. Bovengronds kun je het nog een beetje in de gaten houden, ondergronds gaan bomen maar hun gang. Onbespied, ongetemd en ongehoord sluipen hun wortels door de aardse duisternis, boren zich door de gresbuizen van het riool, drukken de straattegels omhoog, maken verraderlijke verkeersdrempels op ongewenste plekken. (meer…)

Vleugelspeler

27 januari 2017
Ons minuscuul pleintje

Ons minuscuul pleintje

Bam – bwam – bwam – bwam – dwam – bwam – bwam – bwam – klats.

We wonen aan een minuscuul pleintje, niet groter dan 50 m2. Niet Dudok of andere ontwerpers hebben het bedacht, maar de buurt zelf heeft het ontworsteld aan het asfalt. We werden gek van al dat sluipverkeer door onze straat en gingen actie voeren met spandoeken, bezwaarschriften en rumoer. Zo werd ons pleintje geboren, als verkeersobstakel in onze woonwijk.

De 50 m2 worden omzoomd door onderhoudsarme struiken en herbergen een hufterbestendig bankje, een gele afvalbak en een straatlantaarn. De eeuwige wipkip hebben we tegen weten te houden, alsmede het klimrek, de glijbaan en de andere obstakels waarmee gemeentes graag hun openbare ruimtes volstouwen. Slechts een paar honderd straattegels, meer hadden we niet nodig.

Nu trekken peuters op driewielers er hun rondjes, maken kleuters er krijttekeningen en hinkelen er van 1 naar 10, roken pubers er hun stiekeme sigaretjes, stoeien giechelende meiden er met schreeuwende jongens, drinkt een zwerver er zijn goedkope alcohol, zoent een verliefd stelletje er onder het licht van de lantaarn, laat een aso er zijn hond ongegeneerd schijten, zonder de troep op te ruimen. Soms staat er een tent van oude gordijnen, heel soms een sneeuwpop. Rond een vuur  drinkt de buurt er ’s zomers met elkaar  koele wijn en ’s winters glühwein. (meer…)

Good heavens!

31 augustus 2016
Lekker in het zonnetje.

Lekker in het zonnetje.

Zo, ik zit. Op een goddelijk plekje. Onder een goddelijk zonnetje. Op een heerlijke stoel, die zomaar voor me klaar stond. Ik schuif mijn Panama over mijn ogen en mijn gedachten wieken omhoog als leeuweriken. Samen kijken we omlaag en warempel: daar zit ik, duidelijk herkenbaar aan die witte hoed,  voor de deur van een cottage en omringt door een bonte parade van gele, rode en oranje bloemen. De deur is kaal en vergaan. De onderkant is opgevreten door de tijd, torren, knagers, beestjes. Zo’n deur waar de Fransen patent op lijken te hebben. Maar dit is niet de deur van tandeloze armoezaaiers. Dit is Kent, Engeland en de deur, als hij nog te bewegen valt, geeft toegang tot de South Cottage van kasteel Sissinghurst, wereldberoemd om zijn bloementuinen.

Deur van South Cottage

De verveloze deur van South Cottage

Ik heb niet zoveel met bloemen. Ik vind ze wel mooi, maar hun namen en hun families ken ik niet. Net zo min als ze mijn naam en mijn familie kennen. De tuinen zijn prachtig, maar ik maak geen buigingen om de naambordjes van al dat bloeiende schoon te lezen. Een bloem is een bloem is een bloem, nietwaar? (meer…)

Bronzen zonnebloemen

8 augustus 2016

Het dorp is zo stil als een steen op een zerk. Het is zomer, het is vakantie en het is zondagmorgen. Stiller kan ons dorp niet zijn. Zelfs onze voetstappen worden haastig opgeveegd, voordat ze lawaai kunnen maken. Het is alsof er geen geluid meer bestaat, gewurgd door hels onheil dat geruisloos wil toeslaan.

Niemand is op straat. Ze zijn massaal gevlucht in dichte drommen over de zuidelijke snelwegen, in tenten en caravans ver weg, in vliegtuigen tot ver achter de horizon. Alleen een merel houdt stand. Plichtsgetrouw zingt hij zijn lofzang in het frisse ochtendlicht. Ingetogen maar dapper. Hij wil niet luisteren naar de onheilstijding die in de lucht hangt. (meer…)

Het beeld kraakt

27 maart 2016

Ik had twee grootvaders. De ene zat in een invalidewagentje, de ander hing bij ons aan de muur. In onze woonkamer was geen andere plek voor hem dan een spijker door het behang. Een tafel, vijf stoelen, een volgestouwd dressoir, meer kon er niet in. ’s Winters kwam er nog een kachel bij en dan was het helemaal dringen. De wanden werden ingenomen door twee XXL-schilderijen, waarvan ik de dikke reliëflijsten had vervangen door simpele tengels, de luidspreker van de draadomroep met daarop een monnik van terracotta, waar zo vaak tegenaan gestoten was dat zijn hals voornamelijk bestond uit dikke lijm, en een worteldoek met koperen prullen boven de halfsteens schoorsteenmantel.

Portret van mijn pake.

Portret van mijn pake.

Zat je aan tafel – wat kon je er anders doen? – dan priemde opa zaliger met zijn strenge blik in je rug. In zijn politie-uniform zit hij hoog te fiets zijn gezag uit te stralen . Niemand die dichtbij durft te komen. De anders zo drukke hoofdstraat is leeg. Twee auto’s staan verlaten voor het pand van Albert Heijn. Iedereen is weggevlucht voor de kalm voort peddelende hoofdagent  met zijn spiedende ogen en zijn blanke sabel gebruiksklaar in zijn stuurklem. Wat doet ongeïdentificeerd persoon daar op de openbare weg met houten driepoot? Heeft hij een schriftelijke vergunning daartoe? Vormt hij geen beletsel voor het rijverkeer? Maar voor hij afstijgt voor nader onderzoek, heeft de straatfotograaf al de foto gemaakt, die jaar in, jaar uit op ons neerkijkt in onze krappe woonkamer.

(meer…)

Wij weten dat we hem hebben gezien!

24 februari 2016

Het toetsenbord kijkt me koel aan. Weet ik de code nog? Mijn vingers prikken de vier cijfers. De massieve deur springt traag los. We mogen erin, Agnes en ik. Nu op weg naar het Bosviooltje, gang links, gang rechts, weer een deur. Bedeesd druk ik op het knopje van de intercom.
Ja-a, vraagt de speaker. Ik antwoord dat we voor de heer Prins komen.
O-o, reageert de speaker overrompeld. En dan: ik kom er aan!
Een opgewonden verzorgster opent de deur en kijkt ons onrustig aan.
Wat vervelend, verzucht ze. Komt u van ver? Meneer Prins ligt namelijk nog in bed, begrijpt u?
Schrik geeft een vuistslag op mijn hart. Nee, natuurlijk begrijp ik het niet. Er is toch niets ernstigs aan de hand met Henk? Een hartaanval, een beroerte, een wanhoopsdaad? Waren we maar vorige week gekomen. Dat had ook gekund. En nu zijn we misschien te laat. Shit, beste Hendrik, wat is er met je?

Drukte in Oudeschild, de toenmalige toegangspoort tot Texel.

Drukte in Oudeschild, de toenmalige toegangspoort tot Texel.

(meer…)

Op stap door de buurt

26 januari 2016

Deze maand is één van mijn beste vrienden jarig. Ik ben een persoonlijke kennis en ik kan altijd met de gekste vragen bij hem terecht. Bijna altijd heeft hij een antwoord: Wikipedia, 15 jaar. Niet alleen hoeveel inwoners Monokwari heeft (130.000) of wat de sterfdatum is van Abraham Kuyper (8 november 1920, Den Haag), maar ook wat er In de buurt te zien is, een nieuw handigheidje van hem op mijn tablet. In de buurt is op 180 meter bijvoorbeeld een Heilig Hartbeeld. Dat wist ik natuurlijk zelf ook wel, maar niet dat het gemaakt is door de Vlaamse beeldhouwer Jozef Cantré (Gent, 1890 – 1957).

Het Media Park in Hilversum loop je zo binnen.

Het Media Park in Hilversum loop je zo binnen.

Om de verjaardag van Wikipedia te vieren maak ik aan zijn hand een uitstapje In de buurt. Op 790 meter van hier vond de moord plaats op Pim Fortuyn, laat Wiki weten. Ik had het pistoolschot kunnen horen, als ik thuis was geweest, zo dichtbij, maar op de plaats van het misdrijf ben ik nog nooit geweest. “De moord op Pim Fortuyn was een daad die op 6 mei 2002 in Hilversum werd gepleegd door Volkert van der Graaf”, doceert Wiki. “Dit was negen dagen voor de parlementsverkiezingen waarbij voor de politieke partij van Pim Fortuyn, de LPF, een grote zege werd voorspeld.”

Het was vooral een grote en beschamende schok, dat zoiets in ons brave Nederland kon gebeuren. En nog erger: bij mij om de hoek. Misschien was Volkert van der Graaf wel langs mijn huis gelopen op weg naar het Media Park, het geladen pistool in zijn zak. Wiki: “Star Firestar M43 (9 x 19 mm).” In Den Haag, waar het Torentje wachtte op de komst van Fortuyn, braken rellen uit, een auto werd in brand gestoken, de internationale pers stormde toe, news flashes op alle media. (meer…)

Bedelbrief

29 december 2015

Aan het einde van het jaar trachten de goede doelen je klem te zetten, proberen ze je hart te breken met het schrijnende leed dat je een heel jaar op afstand hebt weten te houden en steken dan begerig je hun holle handen toe, uitgekookter dan de doortraptste bedelaar.
Plies, sul, plies,plies.

Goede doelen knokken om je medelijden.

Goede doelen knokken om je medelijden.

Geld geven geeft maar eventjes een goed gevoel, maar lost niets op. Mijn eurootjes staan machteloos tegenover de oliewinsten in het Midden-Oosten en die van de wapenhandelaren. Hoeveel procent winst maak je op een bom? Vijftig, honderd, 200? En hoeveel bommen vallen er dagelijks op Syrië alleen al? Hoeveel is de winstmarge op een kalasjnikov en hoeveel zijn er al verkocht in de hele wereld?

Als er echt vrede op aarde moet komen, moet de fabricage van elk wapentuig verboden worden. En ook graag dat ongenegeerde gebedel. Daar heb ik ook een hekel aan.
(meer…)

Mijn ding

30 november 2015

Taal is ook mijn ding, maar dat taal leeft vind ik lastig. Het betekent namelijk dat je steeds opnieuw een dikke Van Dale moet aanschaffen. Die kost € 179,00. En aan de Van Dale officiële scrabblewoordenlijst ( € 24,99 ) moet ik sinds 2012 al 447 nieuwe woorden bijschrijven en 77 schrappen. Dat krijg ik nooit netjes voor elkaar.  En in de Scrabblewoordenlijst-app kan ik helemaal niets veranderen. Woorden, waarmee ik vier jaar geleden geweldig scoorde, worden nu bits afgekeurd.

Dat ook de spreektaal verandert vind ik helemaal jammer, zeker als dat om opportunistische redenen gebeurt. De NOS-sportverslaggever vond het kennelijk stoer en mannelijk om te melden dat de voetballers zeiknat waren door de regen. Zeiknat vind ik een ordinair woord, ongepast voor het podium van de NOS-televisie. Ik zou over dat woordgebruik pissig kunnen worden.  Gek genoeg klinkt pissig niet ordinair in mijn oren, terwijl beide woorden het over dezelfde vloeistof hebben.
(meer…)