Archief ‘vroeger’ categorie

Al die levens, al die doden

30 augustus 2015

6 augustus 1945. De grootste paddenstoel ter wereld schiet omhoog uit het hart van Hiroshima. Een flits, geen geluid. Drie dagen later volgt een tweede paddenstoel. Giftiger waren paddenstoelen nog nooit. De explosies veroorzaken een enorme drukgolf en intense hitte. Bijna onmiddellijk sterven 250.000 Japanners. In de jaren daarna  zullen nog enkele honderdduizenden omkomen door stralingsziekten en kanker.

Een flits, geen geluid.

Een flits, geen geluid.

Het is 70 jaar geleden en de media dienen de beelden van de bom en hun slachtoffers gretig op.  Mijn hart schrijnt bij het zien van al dat lijden. 15 augustus is een soort 4 mei maar veel minder populair. De televisie probeert nog iets te maken van de herdenking in Den Haag. Bloemen, toespraak, gedicht, interview, trage muziek. Ik kijk tegen mijn zin, maar ik mag al de  doden van die vreselijke oorlog in het Verre Oosten nooit vergeten, niet de vijanden, niet de vrienden.

Ik heb hun graven gezien in de blakerende tropenzon: de rijen ondenkbaar witte zerken op onberispelijke erevelden. Ik heb ze proberen te tellen: de bielzen onder de Birma-spoorlijn. Iedere twee bielzen één dode. Ik heb hun uitgebeitelde namen gelezen. J. P. van Aken, H. Zijlstra, D. Vrolijk. Duizenden.  Gestorven voor het vaderland, de vrijheid, het volk, de koningin. Voor wie en wat al niet. Het is niet te bevatten. (meer…)

Knikkerzak

31 juli 2015

Weer een dode. Het moet topdrukte zijn aan de hemelpoort. De zorgverlener vond hem ’s morgens op zijn bed in zijn ochtendjas. Dat hij niet gereageerd had op de deurbel was niet zo vreemd. Neef Koos is, sorry was stokdoof. Overal in zijn huis had hij listige oplossingen bedacht om wekkers, bellen, televisie en telefoon gigantische hoeveelheden decibellen te laten uitspuwen. Maar de dood kwam sluipend, als een dief in de nacht. Koos lag vredig op zijn zij toen de zorgverlener hem vond, in de foetushouding, een baby van 92 jaar.

Begrafenis in Driehuis.

Begrafenis in Driehuis.

Mijn oudste broer belt met het nieuws. Hij is altijd de eerste die gewaarschuwd wordt. Ik benijd hem niet.
‘Ik ga maar eens kijken’, zegt hij met tegenzin.
Koos heeft kind noch kraai, woont moederziel alleen.
‘Wie gaat het verder regelen’, vraag ik.
‘Geen idee. Ik in ieder geval niet. Dat heb ik hem duidelijk gezegd.’ (meer…)

Fietsen door de oorlog

29 april 2015

De jaarlijkse oorlogsherdenking nadert heftiger dan ooit tevoren, maar ik ben paraat. Ik stap op mijn fiets en rijd naar de burgermeesterkamer in het oude raadhuis van Hilversum. Daar verzamelt zich een groep van elf man bij koffie en appeltaart. We gaan een fietstocht maken langs plekken die herinneren aan de jaren ’40-’45, maar wachten nog op de laatste twee deelnemers.

De heer Pieter Hoogenraad van het Fietsgilde leidt ons rond.

De heer Pieter Hoogenraad van het Fietsgilde leidt ons rond.

Aan de oorlog heb ik niet zoveel herinneringen, maar waarom intrigeert hij me steeds opnieuw? Ik weet het niet precies. Ik beschouw de oorlog wel als een onvermijdbare markeringslijn in de geschiedenis. Deze oorlog was niet alleen een bezetting van je land, maar vooral ook een mes op je geweten. Je kon weg kijken, maar niet lang. Uiteindelijk moest je keuzes maken. Wat je deed, hoe je het deed, waarom je het deed, waarom je het niet deed. Je geweten zal je uiteindelijk verantwoording vragen.

Hoewel ik langer in Hilversum woon dan ooit in Zaandam, voel ik me nog steeds een geëmigreerde Zaankanter. Ik heb meer belangstelling voor de geschiedenis van mijn geboortestreek dan die van mijn woonplaats, maar dit buitenkansje laat ik mij niet ontglippen. We fietsen namelijk ook naar de geheimzinnige Blaskowitz bunker, die heel erg verscholen ligt tussen de villa’s van de Trompenberg. Ik heb er wel eens naar gezocht, maar nooit gevonden. Vandaag gaat dat wel gebeuren.

(meer…)

Ontzield

29 maart 2015
We trouwen in het wit.

We trouwen in het wit.

– Wanneer gaan jullie, vragen ze ons keer op keer.
– Maar wij gaan helemaal niet. Waarom zouden we?
Ze horen ons meewarig aan en we zien ze denken: wat een domme, eigenwijze  mensen. Straks zullen ze wel moeten, kunnen ze de trap niet meer op. En dan? Zorg kun je tegenwoordig wel vergeten. Dus dan moeten hun kinderen ervoor opdraaien. Egoïstisch is dat.

Nee, wij gaan ons huis niet verlaten. Wij blijven. Alsof er niets gebeurd is. Er is natuurlijk wel iets gebeurd. Het buurtje, waarin we zo’n veertig jaar geleden neerstreken en waar we zo uitbundig hebben gewoond, is ontzield. Het is een mistige morgen als een afgeladen bestelwagen voor de laatste keer de strijd uitrijdt, traag als bij een uitvaart, maar meer vanwege de weersomstandigheden, de verkeersdrempels en het glasservies. De stilte loopt als een doodgraver voorop.

(meer…)

Zingen op grafstenen

28 januari 2015
De oude kerk van Oostzaan.

De oude kerk van Oostzaan.

Als je van het dorp Oostzaan alle korsten als nieuwbouw, winkelcentra, verbrede wegen en parkeerplaatsen zou kunnen weg krabben, dan glanst er in het oude centrum een prachtige parel: de Nederlands Hervormde kerk. Een hoog kruisvormig gebouw met lange ramen en een groen torentje als een vrolijke puntmuts. Voor de kerk kruisen de vier winden elkaar. Met Zuid kom je bij het IJ en Amsterdam, West voert je naar de Zaan en Zaandam, Noord brengt je via de Haal naar Purmerend en Oost leidt je naar de begraafplaats en toont je het voorheen oneindige waterland vol sloten en slootjes, rietkragen, watervogels en joelende wolkenpartijen.

De kerk staat daar al heel wat jaartjes, zo’n 250 jaren om preciezer te zijn en heeft heel wat dorpelingen zien komen en gaan. Vooral binnen is het erg mooi met zijn ingehouden: rood portaal, witte zuilen, lichtblauwe balken, en dito hemel, waar in kroonluchters en miniatuur scheepjes zweven. Oostzaan is de bakermat van mijn familie. Zondag op zondag gingen mijn voorouders hier ter kerke. Om me aan te sluiten bij die stoet, heb ik er ooit op kerstavond een dienst bijgewoond en weekhartig mee gezongen over de baby die vrede op aarde zal brengen. (meer…)

Ik wil je niet

23 december 2014

Kijk hoe enthousiast we zijn. We lachen en kletsen, schudden handen en zoenen, slaan elkaar vrolijk op de rug en strooien complimenten. We vallen in elkaars armen als marathonlopers na  de finish. We bekijken onze minuscule fotootjes van toen met zoveel aandacht en verheerlijking als betreffen ze het kindeke Jezus in zijn kribbe. Ja, wat vinden we het leuk om elkaar weer te zien nu we grote mensen geworden zijn.

Vliegers oplaten en verder niets

Vliegers oplaten en verder niets

In 1960 deden we eindexamen en spatten we uiteen, alle kanten op, onze ambities en dromen achterna. Een toeval brengtt ons een halve eeuw later weer bijeen en sindsdien spuiten onze herinneringen onafgebroken omhoog als vurige lava. Tijd blijkt niet langer te bestaan. Jaren doen er niet meer toe. We zijn niet oud of jong meer. We zijn wie we zijn en poedelen in het borrelende warme bad van herinneringen, beelden, momenten.

Toch zou je bij mij enige afstand, enige reserve kunnen waarnemen. Ik zoek namelijk al sinds 1960 naar iemand, met wie ik een hartig woordje wil spreken. Achter wiens identiteit en motief wil komen. En hier ben ik dichter bij de onthulling dan ooit tevoren. (meer…)

‘Joden’ op het Hop

27 oktober 2014

Tegenwoordig kun je bepaalde landen beter mijden, als je leven je lief is: Oekraïne, Afghanistan, Syrië, Liberia. Vroeger waren er buurten waar je beter niet kon komen. Het Vissershop bijvoorbeeld, een afgesloten woonwijk aan het zuideinde van Zaandam, op korte afstand van de begraafplaats. Achter iedere heg, uit ieder steegje en op iedere straathoek konden straatschoffies opduiken, die je op z’n minst doodschrik aanjoegen en op z’n slechtst je knock-out sloegen, alleen maar omdat je niet één van hen was en je er dus niets te zoeken had.

1939: Mijn oudste broer bezoekt met zijn ouders de Bleekersstraat.

1939: Mijn oudste broer bezoekt met zijn ouders de Bleekersstraat.

Het beroerde was dat we er wèl eens wat te zoeken hadden. Onze vier neven woonden daar met onze oom en tante in een knus huisje. Weliswaar woonden ze in de Bleekersstraat en dat was niet het echte Hop. Maar dat vergrootte het probleem alleen maar, want daardoor waren onze neven geen echte Vissershoppers en leefden ze voortdurend op voet van oorlog met de rest van het vuurrode Hop. Ze stonden bovendien bekend als gristelukken, wat hun buurtjongens een jihadachtige vrijbrief gaf om hen op ieder willekeurig moment in elkaar te slaan of anderszins het leven zuur te maken. (meer…)

Kleine ceremonie

30 juni 2014

Een doorgaande weg, een paar zijstraten die neerdalen, een aantal dat omhoog klimt. Robion, Frankrijk is het hier. Wij gaan omhoog, naar Café des Sports aan het dorpsplein met de eenzame soldaat, wakend over de glorieux defenseurs. Wij zijn benieuwd of de patron nog steeds de lekkerste koffie uit de hele streek serveert. Er zijn bescheiden hekken op de weg geplaatst. Er is een petite céremonie, legt de toezichthoudende gendarme uit. Het is misschien lastig om te parkeren, maar verder pas de problème.

De eenzame soldaat kijkt toe vanaf zijn sokkel.

De eenzame soldaat kijkt toe vanaf zijn sokkel.

Café des Sports heeft zijn terras uitgebreid, het meisje van twee jaar geleden is een vrouw geworden, de koffie is nog steeds een omweg waard. Vandaag hangen er vlaggen boven de deur van de mairie, maar de soldaat op zijn sokkel kijkt nog steeds onbewogen voor zich uit, alsof hij niets te maken wil hebben met de kleine plechtigheid, die beneden hem staat te gebeuren. Zijn gedachten reiken niet verder dan 1914 – 1918, de grande guerre en maarschalk Pétain, toen Frankrijks jonge mannen massaal kapot geschoten werden op de onverzadigbare slagvelden. Tienduizenden, honderdduizenden, uit het kleine Robion alleen al 79 kerels.
(meer…)

O Lamm Gottes

30 april 2014

Hij heeft er drie uur over gedaan om naast me te komen zitten, rij 10, stoel 38, Concertgebouw, Amsterdam. Zichtbaar tevreden zet hij zich op het rode pluche van zijn zetel. De zaal roezemoest langzaam vol. Op het podium worden de instrumenten gestemd.

De Matthëus Passion in authentieke uitvoering.

De Matthëus Passion in authentieke uitvoering.

‘Daar moet je een absoluut gehoor voor hebben’, legt mijn kersverse buurman uit. Zijn vrouw, stoel 39, slurpt de hoge zaal op met haar ogen. Dit is tenslotte de beroemdste concertzaal van Nederland en één van de beste ter wereld. Zacht, geel licht strijkt over de zijwanden, die het geheim van de fenomenale akoestiek in zich bewaren. Het balkon draagt de namen van allerlei componisten.  ‘Mozart is er niet eens bij’, constateert mevrouw ontdaan.
‘Die zal heus wel ergens staan’, sust haar man en wendt zich dan tot mij. ’Hoe vaak heeft u hem al gehoord, de Mattheüs Passion?’
‘Dit is mijn eerste keer’, moet ik bekennen.
Het stel kijkt me meewarig aan. (meer…)

Beste opa,

27 januari 2014

Mijn opa

Mijn opa

Het is 55 jaar geleden dat u dood bent gegaan. Ik was daar niet bij. Ook niet toen u begraven werd. Het was in de zomervakantie en met het geld van een vakantiebaantje liftte ik met mijn vriend door Europa. Dat ging sneller dan we hadden verwacht. Toen u voor het laatst uitademde, waren wij verder van huis dan ooit. Ons tentje stond aan de oever van het Bodenmeer en we begonnen ons zorgen te maken of we ooit wel weer thuis konden komen.

 

De ansichtkaart van Konstanz die ik u stuurde, schreef ik aan een dode. Oma zette hem bij alle condoleances met uw overlijden, maar dat vond ik zo misplaatst dat ik hem heimelijk heb weggenomen. Ik schaamde me dat ik er niet bij was en op dat moment banale vakantiedingen deed: over een steiger slenteren, een steen over het water ketsen, drijvende wolken bekijken en een mooi meisje. Maar ik wist niks.
(meer…)