Archief ‘vroeger’ categorie

Zingen op grafstenen

28 januari 2015
De oude kerk van Oostzaan.

De oude kerk van Oostzaan.

Als je van het dorp Oostzaan alle korsten als nieuwbouw, winkelcentra, verbrede wegen en parkeerplaatsen zou kunnen weg krabben, dan glanst er in het oude centrum een prachtige parel: de Nederlands Hervormde kerk. Een hoog kruisvormig gebouw met lange ramen en een groen torentje als een vrolijke puntmuts. Voor de kerk kruisen de vier winden elkaar. Met Zuid kom je bij het IJ en Amsterdam, West voert je naar de Zaan en Zaandam, Noord brengt je via de Haal naar Purmerend en Oost leidt je naar de begraafplaats en toont je het voorheen oneindige waterland vol sloten en slootjes, rietkragen, watervogels en joelende wolkenpartijen.

De kerk staat daar al heel wat jaartjes, zo’n 250 jaren om preciezer te zijn en heeft heel wat dorpelingen zien komen en gaan. Vooral binnen is het erg mooi met zijn ingehouden: rood portaal, witte zuilen, lichtblauwe balken, en dito hemel, waar in kroonluchters en miniatuur scheepjes zweven. Oostzaan is de bakermat van mijn familie. Zondag op zondag gingen mijn voorouders hier ter kerke. Om me aan te sluiten bij die stoet, heb ik er ooit op kerstavond een dienst bijgewoond en weekhartig mee gezongen over de baby die vrede op aarde zal brengen. (meer…)

Ik wil je niet

23 december 2014

Kijk hoe enthousiast we zijn. We lachen en kletsen, schudden handen en zoenen, slaan elkaar vrolijk op de rug en strooien complimenten. We vallen in elkaars armen als marathonlopers na  de finish. We bekijken onze minuscule fotootjes van toen met zoveel aandacht en verheerlijking als betreffen ze het kindeke Jezus in zijn kribbe. Ja, wat vinden we het leuk om elkaar weer te zien nu we grote mensen geworden zijn.

Vliegers oplaten en verder niets

Vliegers oplaten en verder niets

In 1960 deden we eindexamen en spatten we uiteen, alle kanten op, onze ambities en dromen achterna. Een toeval brengtt ons een halve eeuw later weer bijeen en sindsdien spuiten onze herinneringen onafgebroken omhoog als vurige lava. Tijd blijkt niet langer te bestaan. Jaren doen er niet meer toe. We zijn niet oud of jong meer. We zijn wie we zijn en poedelen in het borrelende warme bad van herinneringen, beelden, momenten.

Toch zou je bij mij enige afstand, enige reserve kunnen waarnemen. Ik zoek namelijk al sinds 1960 naar iemand, met wie ik een hartig woordje wil spreken. Achter wiens identiteit en motief wil komen. En hier ben ik dichter bij de onthulling dan ooit tevoren. (meer…)

‘Joden’ op het Hop

27 oktober 2014

Tegenwoordig kun je bepaalde landen beter mijden, als je leven je lief is: Oekraïne, Afghanistan, Syrië, Liberia. Vroeger waren er buurten waar je beter niet kon komen. Het Vissershop bijvoorbeeld, een afgesloten woonwijk aan het zuideinde van Zaandam, op korte afstand van de begraafplaats. Achter iedere heg, uit ieder steegje en op iedere straathoek konden straatschoffies opduiken, die je op z’n minst doodschrik aanjoegen en op z’n slechtst je knock-out sloegen, alleen maar omdat je niet één van hen was en je er dus niets te zoeken had.

1939: Mijn oudste broer bezoekt met zijn ouders de Bleekersstraat.

1939: Mijn oudste broer bezoekt met zijn ouders de Bleekersstraat.

Het beroerde was dat we er wèl eens wat te zoeken hadden. Onze vier neven woonden daar met onze oom en tante in een knus huisje. Weliswaar woonden ze in de Bleekersstraat en dat was niet het echte Hop. Maar dat vergrootte het probleem alleen maar, want daardoor waren onze neven geen echte Vissershoppers en leefden ze voortdurend op voet van oorlog met de rest van het vuurrode Hop. Ze stonden bovendien bekend als gristelukken, wat hun buurtjongens een jihadachtige vrijbrief gaf om hen op ieder willekeurig moment in elkaar te slaan of anderszins het leven zuur te maken. (meer…)

Kleine ceremonie

30 juni 2014

Een doorgaande weg, een paar zijstraten die neerdalen, een aantal dat omhoog klimt. Robion, Frankrijk is het hier. Wij gaan omhoog, naar Café des Sports aan het dorpsplein met de eenzame soldaat, wakend over de glorieux defenseurs. Wij zijn benieuwd of de patron nog steeds de lekkerste koffie uit de hele streek serveert. Er zijn bescheiden hekken op de weg geplaatst. Er is een petite céremonie, legt de toezichthoudende gendarme uit. Het is misschien lastig om te parkeren, maar verder pas de problème.

De eenzame soldaat kijkt toe vanaf zijn sokkel.

De eenzame soldaat kijkt toe vanaf zijn sokkel.

Café des Sports heeft zijn terras uitgebreid, het meisje van twee jaar geleden is een vrouw geworden, de koffie is nog steeds een omweg waard. Vandaag hangen er vlaggen boven de deur van de mairie, maar de soldaat op zijn sokkel kijkt nog steeds onbewogen voor zich uit, alsof hij niets te maken wil hebben met de kleine plechtigheid, die beneden hem staat te gebeuren. Zijn gedachten reiken niet verder dan 1914 – 1918, de grande guerre en maarschalk Pétain, toen Frankrijks jonge mannen massaal kapot geschoten werden op de onverzadigbare slagvelden. Tienduizenden, honderdduizenden, uit het kleine Robion alleen al 79 kerels.
(meer…)

O Lamm Gottes

30 april 2014

Hij heeft er drie uur over gedaan om naast me te komen zitten, rij 10, stoel 38, Concertgebouw, Amsterdam. Zichtbaar tevreden zet hij zich op het rode pluche van zijn zetel. De zaal roezemoest langzaam vol. Op het podium worden de instrumenten gestemd.

De Matthëus Passion in authentieke uitvoering.

De Matthëus Passion in authentieke uitvoering.

‘Daar moet je een absoluut gehoor voor hebben’, legt mijn kersverse buurman uit. Zijn vrouw, stoel 39, slurpt de hoge zaal op met haar ogen. Dit is tenslotte de beroemdste concertzaal van Nederland en één van de beste ter wereld. Zacht, geel licht strijkt over de zijwanden, die het geheim van de fenomenale akoestiek in zich bewaren. Het balkon draagt de namen van allerlei componisten.  ‘Mozart is er niet eens bij’, constateert mevrouw ontdaan.
‘Die zal heus wel ergens staan’, sust haar man en wendt zich dan tot mij. ’Hoe vaak heeft u hem al gehoord, de Mattheüs Passion?’
‘Dit is mijn eerste keer’, moet ik bekennen.
Het stel kijkt me meewarig aan. (meer…)

Beste opa,

27 januari 2014

Mijn opa

Mijn opa

Het is 55 jaar geleden dat u dood bent gegaan. Ik was daar niet bij. Ook niet toen u begraven werd. Het was in de zomervakantie en met het geld van een vakantiebaantje liftte ik met mijn vriend door Europa. Dat ging sneller dan we hadden verwacht. Toen u voor het laatst uitademde, waren wij verder van huis dan ooit. Ons tentje stond aan de oever van het Bodenmeer en we begonnen ons zorgen te maken of we ooit wel weer thuis konden komen.

 

De ansichtkaart van Konstanz die ik u stuurde, schreef ik aan een dode. Oma zette hem bij alle condoleances met uw overlijden, maar dat vond ik zo misplaatst dat ik hem heimelijk heb weggenomen. Ik schaamde me dat ik er niet bij was en op dat moment banale vakantiedingen deed: over een steiger slenteren, een steen over het water ketsen, drijvende wolken bekijken en een mooi meisje. Maar ik wist niks.
(meer…)

Het verhaal van Sonja

28 oktober 2013

Sonja was slank en bewoog soepel, sensueel zelfs. Het het liefste ging ze vlak voor je op het tapijt liggen om zich daar ongegeneerd en wellustig uit te rekken. Ze had prachtige donkere ogen, die je dan zo verlangend aankeken dat je uit je luie stoel kroop om haar zachtjes te strelen over haar gladde hermelijnen vacht.

Prachtige donkere ogen

Maar dat was haar niet genoeg. Dalmatiërs zijn speels, onvermoeibaar en vasthoudend. En voor haar was het pas goed als we uiteindelijk samen in het donker een stevige wandeling maakten; zij vooruit met haar vloeiende, ritmische gang en lange passen, ik langzamer, vol gedachten en verlangend naar mijn eenzame nightcap naast mijn luie stoel. Dat Sonja een schoonheid was, die zelfs modellenwerk deed voor reclamespotjes, zag niemand in de late avond. (meer…)

De namen gaan leven

9 augustus 2013

De glanzende struikelstenen in de Lekstraat doen hun werk. De vijf namen zijn moeizaam gaan leven en knagen een nauwe weg door mijn gedachten. Ik zie beelden. Hoe ze wreed weggedreven worden uit hun huis, hun straat, hun buurt. Maar wat ze gevoeld moeten hebben tijdens die razzia, de angst, de vernedering, de hoop, de wanhoop, daar kan ik kan mij geen voorstelling van maken. Het is niet te bevatten.

Isaac en Rachel Menist

Isaac Menist kijkt me onderzoekend aan vanaf zijn portret. Twee donkere ogen, recht op de lens gericht, donker haar, donkere treursnor. Zonder twijfel een winkelier, bakker in zijn geval. Hij is nog heel wat jonger dan zijn 72 jaren, als de poorten van de hel open worden gesmeten. Hij had een winkel in de Valkenburgerstraat, naast de matsefabriek van De Haan, de vader van kunstschilder Isaac Meijer de Haan*. Het leven is geen feest geweest, maar het had ook nog beroerder gekund. De Lekstraat is een prettige straat om te wonen en de Rivierenbuurt is een mooie plek om je oude dag te slijten. Hij heeft een lieve vrouw, Rachel, 68  jaar, en drie kinderen wonen nog thuis: Flip 32 jaar, Suus 30 jaar en Meijer 28 jaar.

(meer…)

De namen keren terug

13 juli 2013

Zondagochtendvroeg in de grote stad. Zonlicht spettert  tegen de gele bakstenen gevels. Maar de straten houden zich nog slapend. Geluiden zijn er nog niet. Een kat steekt over op zachte sokken.

Lekstraat 6

Ik ben veel te vroeg. Er was nauwelijks verkeer op de   weg en er zijn parkeerplaatsen te over. Ik bekijk huis nummer 6. Niets   bijzonders te zien. Ik had losse stoeptegels verwacht, afgezet met rood-wit   plastic lint. Het enige wat er staat is hoog opgeschoten onkruid. Ben ik op  het goede adres?

 

Een witte werkwagen van Stadsdeel Zuid parkeert  stilletjes honderd meter verderop en  vervalt in onbestemd wachten. Achterop een laadbak en een grijper. De man en   de vrouw in de cabine blijven gelaten zitten. ‘Komt u voor de plechtigheid?’,  informeert de vrouw als ik langs loop, ‘ik zag u al rondkijken.’ Gelukkig, ik   ben op het goede adres. Ze houden een oogje in het zeil, legt ze uit. Soms   maken bewoners bezwaren. (meer…)

Verloren liefde

9 januari 2013

Het is al jaren uit tussen ons, maar ik moet bekennen dat ik soms heftig terug verlang naar mijn oude liefde. Want hoe gelukzalig was het niet om te geloven dat er een God was, die zielsveel van je hield, die je beschermde waar je ook was, die je hielp wat je ook probeerde, die je bliksemsnel om hulp riep als je met de bal aan je voeten op de keeper af stoof.
Lieve Heer, laat ‘m er in gaan!

Ik heb Hem jaren lang lief gehad en we hebben elkaar heel wat beloofd. Hij via de preekstoel en ik in mijn gebeden. Dat ik zo weinig mogelijk zonden zou begaan, dat ik kuis en oprecht zou leven, niemand kwaad zou doen, op zou komen voor de zwakken, altijd de waarheid zou spreken, respect zou tonen voor mijn ouders, dat ik mijn vrouw voor altijd trouw zou zijn en beschermen en dat ik onze kinderen zou opvoeden volgens de christelijke principes.

De kerk (inmiddels afgebroken) bood ons bescherming.

Maar mijn liefde bleek niet bestand te zijn tegen zijn wispelturige en duistere gedrag. Ik begon te twijfelen of hij echt wel zoveel van mij en van de hele wereld hield. Hij pretendeerde almachtig te zijn, alles te kunnen, maar hij liet toe dat mijn moeder op een stomme manier overleed, toen we haar nog lang niet konden missen, hij deed niets toen ik op straat dreigde dood te bloeden, hij deed niets toen mijn pancreas begon te haperen. Integendeel, hij liet toe dat ik in mijn leven dreunen moest incasseren, die geen enkel nut hadden. Om maar niet te spreken van de rampen en de ellende waarmee anderen worden gegeseld en helemaal nodeloos zijn.

(meer…)