Help! Een SS’er in huis!

Het kettinghuis aan de Pier Christiaansloot.

Eén voetstap kan een lawine veroorzaken, één e-mail een familiereünie. De e-mail komt uit Delfstrahuizen (Dolsterhuzen),  een Fries dorp gelegen op door de familie uitgeroepen Heilige Grond. In het gebied tussen Oosterzee – Gietersevaart en Echtenerbrug zijn de liefdesbanden gesmeed die tot ons bestaan hebben geleid. De paar druppels Fries bloed die we nog  in ons hebben gaan onmiddellijk brûze en siede en bûnzje troch ús iere, zodra we die contreien betreden. Dat doen we overigens niet al te vaak. De laatste pelgrimage dateert uit 1994.

De winter van 1994 wel te verstaan, ook niet mis. Ik ben in gezelschap van een broer en een plaatselijke enthousiasteling. Friesland ligt er diepgevroren bij. De kou bijt door onze kleren heen. Vaarten en meren zijn van ijs. Dat maakt het mogelijk over de Pier Christiaansloot te lopen naar een afgelegen en afgeschermd huis, een monument uit de familiegeschiedenis.  Hier woonde en werkte van 1911 tot 1914 onze pake als kettingwachter. De Pier Christiaansloot is een belangrijke scheepvaartverbinding tussen de Friese meren en de waterwegen van Drenthe en Overijssel. Onze grootvader moet er tol heffen van de passerende schepen en pas als er voldoende betaald is, laat hij de ketting zakken, die over de brede vaart is gespannen.

pake als kettingwachter

Us pake als kettingwachter

Van Dale kent deze betekenis van kettingwachter niet, maar binnen de familie wordt het met ontzag uitgesproken. Het is een overheidsfunctie en om het te kunnen uitoefenen moet onze pake eerst door de commisaris van de koningin te Leeuwarden worden beëdigd. Hij moet de vracht van de passerende schepen schatten en met tol belasten, voordat de ketting mag zakken. Hij verdient er 450 gulden per jaar mee, plus gratis wonen in de dienstwoning.

Het is er prachtig. “Het is altijd een prachtig en weids landschap, ongeacht welk jaargetijde het ook is”, zingt het boek Tusken Tjûkemar en Tsjonger. “Het voorjaar met de lawaaierige weidevogels, krassende meeuwen en meerkoeten. ’s Zomers, met de groene scharlanden en het geboomte aan de kant van Oldelamer, waar de roep van de koekoek nog altijd veelvuldig is te horen. In de herfst, wanneer eenden en reigers de slatmodder op de slootkant op etenswaar onderzoeken. ’s Winters, wanneer de uitgestrekte weilanden zonder vee er dor en doods bijliggen. Het blijft een prachtig stukje van het Friese landschap.”

Pake heeft het er best naar zijn zin, maar laat zich gek maken door de brieven van zijn broer, die politieagent in Zaandam is geworden en veel meer salaris ontvangt. Opa gaat zijn broer achterna, maar merkt al snel dat het leven in Holland heel wat duurder is, dat er geen gratis dienstwoning is en zelfs geen tuintje voor een melkgeit  en wat groenten.

Met mijn videocamera leg ik vast hoe we over de bevroren vaart glibberen naar de verscholen woning met de smeedijzeren  naam It  Ald Ketting (De Oude Ketting). Het witgepleisterde huisje kijkt met twee maal twee ramen uit op de Christiaansloot. Glazen windschermen houden een terras uit de wind. Een tv-antenne en een tv-schotel  zorgen voor de verbinding met de rest van de wereld. Voordat we ook maar één voet op het domein hebben gezet, is de huidige eigenaar het huisje al uitgeschoten: een kalende Duitser, gehuld in twee truien, donkere joggingbroek en sloffen, niet echt onvriendelijk, maar ook niet echt vriendelijk. Veel kan hij ons niet vertellen. Die naam heeft hij niet zelf bedacht. Het huis heette al zo toen hij het in 1983 kocht. De eerste winter was het er vreselijk koud. De kachel kon het niet aan, het vroor binnen drie graden. Hij heeft het dus flink moeten isoleren. Het huis staat er, volgens zijn schatting, al zeker honderd jaar. Bla-bla.

In het huis komen we niet en daarom roepen we maar gauw auf wiedersehen en glijden met gemengde gevoelens over het ijs terug naar onze warme auto. Het is een rare gewaarwording dat er nu een Duitser voor zijn plezier woont in het huis van us pake.

Het wordt  nog gekker als ik onlangs een e-mail ontvang vanuit de Heilige Grond: “De Duitser, die niet vriendelijk, en niet onvriendelijk was, en er tot een aantal jaren woonde, is  in feite een Pool, die in de oorlog koos voor Duitse zijde. Na de oorlog vluchtte hij, inmiddels SS’er, te voet naar Duitsland, om jaren later van oorlogsbuit het huis te kopen aan het Kettingpad. Daar overleed hij een aantal jaren geleden.”


Shocking News!
De meest idyllische plek uit onze familiegeschiedenis blijkt te zijn bewoond door een SS’er. Een overloper nog wel. Die zijn geroofd bloedgeld witwast aan de Pier Christiaansloot. En het vriendelijke huisje van pake omvormt tot een onneembare vesting, een fanatiek mitrailleursnest. Op één van de mooiste plekjes van Friesland, o Fryske grûn! Het doet me goed dat de eerste winter de Poolse SS’er heeft doen bibberen en klappertanden.

Ik breng mijn broer het shocking news. Hij stelt een neef op de hoogte, die juist bezig is zijn oude familiefoto’s te scannen en die het nu helemaal de hoogste tijd vindt om alle klein- en achterkleinkinderen van us pake bijeen te roepen. En daarom vindt binnenkort een nieuwe familiereünie plaats waarop we met zijn allen naar mijn oude videofilmpje van It Ald Ketting en zijn SS-bewoner zullen kijken.

Twijfels

Ik moet  toch nog even met mijn tipgever praten, voordat we de SS’er collectief zijn gemene kop afhakken en dumpen in de Pier Christiaansloot. Was hij echt een SS’er? Kon een Pool toetreden tot dit elitekorps van Hitler? Bestonden er werkelijk niet-arische SS’ers? Liet de SS-Kameradschaft toe dat je jezelf verrijkte met oorlogsbuit?

Laat een reactie achter

*
Om te voorkomen dat er veel nep reacties worden geplaatst is deze code verplicht
Anti-Spam Image